Modernisering concurrentiebeding geeft meer vrijheid aan werknemers

Het kabinet past het concurrentiebeding aan. Het moet voor werknemers makkelijker worden om van baan te wisselen. Dit wordt nu te veel beperkt doordat te veel werknemers een concurrentiebeding hebben. Ook voor werkgevers is het daardoor moeilijker om personeel aan te trekken. Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stuurt het Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding naar de Raad van State. Hiermee wordt invulling gegeven aan de afspraken uit het coalitieakkoord.

Minister Hans Vijlbrief: “Het moderniseren van het concurrentiebeding draagt bij aan meer eerlijk werk. Zo kunnen werknemers makkelijker van baan wisselen. Veel mensen durven nu geen volgende stap te zetten, terwijl veel werkgevers staan te springen om nieuw personeel. Daarom wil het kabinet het gebruik van het concurrentiebeding verminderen.”

Een belangrijke maatregel in dit wetsvoorstel is dat de werkgever voortaan een vergoeding moet betalen aan de werknemer als hij een beroep doet op het beding. Bovendien mag het beding maximaal één jaar worden toegepast. Ook moet de werkgever voortaan in het beding aangeven voor welk gebied de afspraak geldt.

Een concurrentiebeding is een afspraak voor werknemers die geldt als zij vertrekken naar een volgende baan. Zo kan een werknemer na het einde van het contract niet gelijk bij de concurrent aan de slag. Ook een relatiebeding dat verbiedt om te werken voor of bij relaties van de voormalige werkgever valt hieronder. Het doel van deze afspraken is om te voorkomen dat werknemers cruciale informatie meenemen die het bedrijf kunnen schaden, zoals bedrijfsgeheimen of klantgegevens.

Steeds vaker een concurrentiebeding

Uit onderzoek blijkt dat het gebruik van het beding op concurrentie fors is verdubbeld. Inmiddels heeft één derde van de werknemers ermee te maken. Vaak is hier geen reden voor, want veel van hen werken niet met bedrijfsgeheimen of klantgegevens. In die gevallen is het dus onterecht om een concurrentiebeding te gebruiken. Dit wordt vaak toch opgenomen door werkgevers om te voorkomen dat personeel naar de concurrent vertrekt. Dit belemmert de doorstroom op de arbeidsmarkt.

Het streven is om het wetsvoorstel eind 2026 aan te bieden aan de Tweede Kamer, na advisering door de Raad van State.

Let op: u reageert op een nieuwssite. Reacties worden eerst door ons gecontroleerd en kunnen openbaar worden weergegeven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Nieuws uit deze regio