Voetbal toen en nu: de veranderende wereld van de keeper

Binnen het voetbal verandert er continu van alles. Alleen al de doelman kreeg in de loop der jaren te maken met andere regels, kleding en accessoires, tactische omzettingen, meer concurrentie en andere vernieuwing. Wat zijn de grootste verschillen met het keepersbestaan van toen en nu? En welke ideeën had ’s lands grootste voetballer ooit, Johan Cruijff daarover?

De eerste keepershandschoenen stammen uit de 19e eeuw

Allereerst vallen de veranderende outfits op, te beginnen bij de keepershandschoenen. Die bestonden in de oertijd van het voetbal wel, in 1885 was er zelfs al een patent op deze uitvinding aangevraagd. Pas tientallen jaren later gingen merken zoals Adidas keepers handschoenen fabriceren. De bal werd lichter, had geen veter meer en werd vervaardigd uit een gladder materiaal. Keepershandschoenen werden noodzakelijk voor meer grip. In de tweede helft van de vorige eeuw werden er nog maar weinig goalies met blote handen gezien op de velden.

Opvallende truien om de tegenstander af te schrikken

Een van de eerste ‘meevoetballende’ keepers was Stanley Menzo van Ajax. Zijn coach Johan Cruijff vond dat de keeper als extra veldspeler moest functioneren, die ver voor zijn doel stond. Om tegenstanders af te schrikken bij luchtduels in het doelgebied, kwamen ze ook op het idee om fluorescerende kleuren te dragen. Deze gifgroene of felgele truien maakten tevens de schouders breder. Uitstraling was sowieso belangrijk om goed te kunnen presteren, vonden de doelman en zijn coach. Cruijff zag er op het veld zelf ook altijd gesoigneerd uit. Sindsdien is er geen keeper meer ter wereld die in een onopvallende outfit in het doel staat.

Rugnummer 1 is niet meer vanzelfsprekend

In deze eeuw zijn er allerlei accessoires bijgekomen, is te zien op de website Keepershandschoenen.nl. De moderne keeper legt naast (of in) zijn doel een tasje neer, met een extra paar keepershandschoenen, zijn waterfles en een pet voor als de zon laag hangt. Zijn trui heeft soms korte mouwen. Maar wat vooral opvalt, is dat het nummer 1 niet meer vanzelfsprekend is voor een keeper in het voetbal. Die draagt bijvoorbeeld nummer 22, zoals Marc-André ter Stegen. Bij Chelsea speelde Thibaut Courtois zelfs met nummer 13. De regels voor de verdeling van rugnummers zijn vrijer geworden, maar gek genoeg zie je nooit een veldspeler met nummer 1.

Concurrentie van niet één, maar twee reservekeepers

In het verleden hadden teams een probleem als de keeper geblesseerd raakte, want een reservedoelman was er niet. Die werd pas geïntroduceerd in 1967, toen veldwissels werden toegestaan. Dat was fijn, zo’n back-up, maar het betekende wel dat keepers een concurrent kregen: niemand wil graag seizoenen lang op de bank blijven zitten. Anno nu heeft elke professionele A-selectie minimaal drie doelmannen, en is die concurrentie een middel om te prikkelen.

Meebewegen in voetbal met regels en tactiek

Na de terugspeelregel uit 1992 dwingt nu ook de 8-secondenregel keepers om het spel snel voort te zetten. Hij moet daarvoor tactisch en technisch onderlegd zijn, want de zogenaamde ‘opbouw van achteruit’ begint soms al op de achterlijn. Zo wordt het veld ‘langer’ en ontstaat er meer ruimte om de bal bij aanvallers kwijt te kunnen. Daarom zoeken clubs steeds vaker naar een doelman die niet alleen ballen kan tegenhouden, maar ook goed is met zijn voeten. Cruijff had dat in de jaren 80 al goed gezien.



Let op: u reageert op een nieuwssite. Reacties worden eerst door ons gecontroleerd en kunnen openbaar worden weergegeven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Nieuws uit deze regio