Wetterskip Fryslân brengt in beeld welke effecten het veranderende klimaat heeft op het Friese watersysteem. Actuele berekeningen die vooruitkijken naar de jaren 2050 en 2100 laten zien dat het door nattere winters en de stijgende zeespiegel steeds lastiger en uiteindelijk onmogelijk wordt overtollig water te spuien richting Lauwersmeer en Waddenzee.
Jaarlijks werkt het waterschap nu, vooral in natte perioden, 1500 miljoen kubieke meter water weg. Dit is nodig om de waterstand in de Friese boezem, het hoofdstelsel van meren, kanalen en vaarten, rond het afgesproken peil van 52 centimeter beneden NAP te houden. Per etmaal kan maximaal 22 miljoen kuub worden gespuid en weggemalen richting Waddenzee en IJsselmeer.
Boezemplan voor het watersysteem
Wetterskip Fryslân werkt op dit moment aan een nieuw boezemplan. Hierin wordt vooruitgekeken naar alle ontwikkelingen die afkomen op het watersysteem. De aanzet hiervoor is gegeven in het in 2023 gesloten coalitieakkoord. Het waterschapsbestuur bepaalde toen dat het aan de hand van dit boezemplan wil beoordelen in hoeverre het nodig is een nieuw zeegemaal of meerdere zeegemalen te bouwen. Het boezemplan zal nog dit jaar worden opgeleverd.
Bergen en afvoeren
Het opvangen van klimaatverandering is voor het waterschap een grote opgave. Nederland kent, ondanks droge perioden, een jaarlijks netto neerslagoverschot. Hier moeten afvoermogelijkheden tegenover staan.
Om controle te houden over de waterstand in de Friese boezem heeft het waterschap twee hoofdopties: water bergen om het op een later moment te lozen en zorgen voor voldoende afvoercapaciteit. Op basis van het boezemplan gaat het bestuur van Wetterskip Fryslân op zoek naar de optimale combinatie.
Waddenzee en IJsselmeer
De makkelijkste en voordeligste afvoerroutes voor het watersysteem uit het werkgebied van Wetterskip Fryslân, Fryslân en een stuk van het Groninger Westerkwartier, leiden naar de Waddenzee. Door de sluizen van Dokkumer Nieuwe Zijlen kan het water onder gunstige omstandigheden vrij afstromen naar het Lauwersmeer en van daaruit via de R.J. Cleveringsluizen naar het Wad. In Harlingen wordt onder vrij verval gespuid via de Tjerk Hiddessluizen.
De belangrijkste uitgangen richting IJsselmeer lopen via gemalen. Het zijn het Hooglandgemaal in Stavoren, met een capaciteit van 9 miljoen kuub per etmaal, en het Lemster Woudagemaal, met een capaciteit van 6 miljoen kuub, dat incidenteel bijspringt.
Stijgende zeespiegel beïnvloedt watersysteem
De rekenmodellen voor het boezemplan kijken vooruit naar de jaren 2050 en 2100. Ze laten zien dat het waterschap in een lastige situatie komt. Nattere winters maken het nodig meer water af te voeren. De mogelijkheden om nog onder vrij verval te lozen richting Lauwersmeer en Waddenzee worden door de stijgende zeespiegel echter steeds krapper. De verwachting is dat deze optie na 2100 zelfs helemaal verdwijnt.
De gevolgen hiervan zijn niet uitsluitend op te vangen met het vasthouden of bergen van water. Dit betekent dat er moet worden gezocht naar manieren om de afvoercapaciteit op het huidige niveau te houden, bijvoorbeeld met extra gemaalcapaciteit. Aan de hand van het boezemplan bepaalt het bestuur van Wetterskip Fryslân hierin zijn richting.
Afstemming met Noorderzijlvest
Wetterskip Fryslân stemt zijn bevindingen af met buurman Noorderzijlvest. Dit waterschap beheert het peil van het Lauwersmeer en de zeesluizen bij Lauwersoog. Het rekent zelf ook aan toekomstscenario’s voor zijn watersysteem.
Omdat Noorderzijlvest en Wetterskip Fryslân beide afhankelijk zijn van de afvoerroute via het Lauwersmeer, willen de waterschappen komen tot een gezamenlijke waterafvoerstrategie voor Noord-Nederland.

Let op: u reageert op een nieuwssite. Reacties worden eerst door ons gecontroleerd en kunnen openbaar worden weergegeven.